Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
en
[naam 11], hierna ook te noemen [belanghebbende] .
[naam 11]door pleegouders, [naam 1] en [naam 2] ;
- een brief van [naam 6] van 17 september 2014, gezondheidszorgpsycholoog, werkzaam bij Lentis Jonx, waaruit onder meer blijkt dat bij [belanghebbende] een posttraumatische stress-stoornis en een depressieve stoornis zijn vastgesteld;
- een brief van [naam 7] van 30 juni 2016, gezondheidszorgpsycholoog, behandelaar van [belanghebbende] , werkzaam bij Lentis Jonx; daarin wordt onder meer gesteld dat er bij [belanghebbende] grote onzekerheid en angst bestaat zowel voor wat betreft haar vader als voor wat betreft haar verblijfsrechtelijke positie in Nederland;
- een orthopedagogische rapportage over [belanghebbende] van 24 april 2015, van de hand van [naam 8] , werkzaam bij de Rijksuniversiteit Groningen; in dit rapport wordt onder meer onderschreven dat [verzoekers] [belanghebbende] een veilige en affectieve opvoedingsomgeving bieden; [belanghebbende] heeft deze nodig vanwege de het feit dat haar vertrouwen ernstig is beschadigd door verschillende ingrijpende gebeurtenissen in haar verleden, onder andere de achterlating van haar door haar vader;
- een rapportage van Defence for Children van 30 april 2014 over het schriftelijk Voornemen tot besluitvorming van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) naar aanleiding van het asielverzoek van [belanghebbende] ; Defence for Children concludeert daarin dat [belanghebbende] , mede gezien haar minderjarigheid, in genoemd schriftelijk voornemen van de IND, ten onrechte is tegengeworpen dat zij niet beschikt over reis- en identiteitsdocumenten en dat zij haar asielrelaas door het gemis van haar vader niet op detailniveau kan vertellen;
- een rapport van [naam 9] Slavist, gespecialiseerd in veiligheidsvraagstukken, van 21 juli 2016. Aan het einde van het rapport stelt hij onder meer dat inspanningen van Memoriaal om de identiteit van [belanghebbende] en haar vader formeel bevestigd te krijgen niet zijn gelukt. Pogingen werden echter niet tot het uiterste doorgezet om de veiligheid van de leden van Memoriaal en [belanghebbende] niet in gevaar te brengen. Na een niet uitputtende analyse van enkele contextuele aspecten kan het relaas van [belanghebbende] als ongewoon, maar plausibel worden beschouwd. Hiervan uitgaande kan de veiligheid van [belanghebbende] in Rusland in het geding zijn;
- correcties en aanvullingen op het rapport van het nader gehoor, van 1 augustus 2013 van de hand van mr. [naam 10] , met als bijlage het rapport van nader gehoor van 26 juni 2013;
- correcties en aanvullingen op het rapport van het eerste gehoor, van 4 maart 2013 van de hand van mr. [naam 10] , met als bijlage het rapport van eerste gehoor van 14 februari 2013;
- brieven van [belanghebbende] aan het bestuur van de stad [geboorteplaats] en andere instanties om haar identiteit bevestigd te krijgen en de (afwijzende) reacties daarop van de overheden;
- een email van 27 december 2012 van politieambtenaren van de politie Drenthe aan mevrouw [naam 5] over de aangifte van [belanghebbende] van vermissing van haar vader en de afname van DNA-materiaal voor onderzoek in de Data Vermiste Personen;
- een email van 14 februari 2014 van een politieambtenaar van de politie Drenthe waarin deze aangeeft van mening te zijn op basis van de met [belanghebbende] gevoerde gesprekken dat haar vluchtrelaas op waarheid berust;
- de paspoorten van [verzoekers] ;
- een email van mevrouw [naam 5] aan mr. Pals van 7 februari 2014 waarin verslag wordt gedaan van de vergeefse inspanningen van [belanghebbende] om haar identiteit en asielrelaas bevestigd te krijgen door Russische instanties en overheden.
[naam 11] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] in Rusland,door
[naam 1] en Johannes [naam 2];
Arnhem-Leeuwarden