Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte],
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
subsidiairpoging tot zware mishandeling;
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte veroordeeld voor poging tot zware mishandeling en mishandeling van zijn ex-vriendin. Het primaire ten laste gelegde feit van zware mishandeling werd niet bewezen verklaard, maar subsidiair werd vastgesteld dat verdachte meerdere vuistslagen heeft toegebracht met opzet op de mogelijkheid van zwaar lichamelijk letsel.
Het bewijs bestond uit medische rapporten, verklaringen van het slachtoffer en getuigen, en de bekentenis van verdachte. De rechtbank concludeerde dat het letsel niet als zwaar lichamelijk letsel kon worden gekwalificeerd voor het primaire feit, maar wel dat sprake was van poging tot zware mishandeling en mishandeling.
Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met de ernst van de feiten, de persoon van verdachte, zijn psychische problematiek en eerdere veroordelingen. Verdachte werd veroordeeld tot 4 maanden gevangenisstraf en een geheel voorwaardelijke taakstraf van 60 uur met als bijzondere voorwaarde een ambulante behandelverplichting bij de AFPN en toezicht door de reclassering.
De rechtbank achtte de behandeling noodzakelijk om herhaling te voorkomen en legde de taakstraf op met een proeftijd van 3 jaar. De voorlopige hechtenis werd opgeheven per 30 juli 2017.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 4 maanden gevangenisstraf en een geheel voorwaardelijke taakstraf van 60 uur met ambulante behandelverplichting wegens poging tot zware mishandeling en mishandeling.