ECLI:NL:RBNNE:2017:3717
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van hennepteelt en bezit
In deze strafzaak stond verdachte terecht wegens vermeende hennepteelt en bezit van grote hoeveelheden hennep in de periode van april tot juni 2014 in een pand te een plaats in Noord-Nederland. Het openbaar ministerie had verdachte beschuldigd van het opzettelijk telen, bereiden, bewerken en/of verwerken van hennep, alsmede het aanwezig hebben van hennep in een hoeveelheid die de drempel van 30 gram overschrijdt.
Tijdens de terechtzitting op 14 september 2017 werd het bewijs besproken. Zowel het openbaar ministerie als de verdediging vorderden vrijspraak. De rechtbank oordeelde dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen. Er waren onvoldoende concrete aanwijzingen om verdachte te veroordelen voor de strafbare feiten zoals omschreven.
De rechtbank sprak verdachte daarom vrij van alle tenlasteleggingen. Dit vonnis werd uitgesproken op 28 september 2017 door de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland te Groningen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van hennepteelt en bezit.