Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
De procedure
De vaststaande feiten
in conventie en in reconventie
(…)Beste [R] ,
Rechtbank Noord-Nederland
De huurder had een kamer gehuurd met medegebruik van keuken en douche, en ontving een voorschot huurtoeslag. De Belastingdienst weigerde definitieve huurtoeslag toe te kennen vanwege gezamenlijke inkomens van medebewoners. De huurder stelde dat verhuurders een harde toezegging hadden gedaan dat huurtoeslag mogelijk was en vorderde schadevergoeding.
De kantonrechter stelde vast dat er wel sprake was van bespreking en hulp bij de aanvraag van huurtoeslag, maar geen harde toezegging dat deze ook zou worden toegekend. De brief van verhuurders betrof een andere kamer dan de gehuurde en was gericht aan de Belastingdienst. De huurder had een eigen onderzoeksplicht en had onvoldoende bewijs voor dwaling geleverd.
In reconventie vorderden verhuurders achterstallige huur, maar dit werd afgewezen omdat partijen overeenkwamen dat huur pas vanaf 24 september 2013 verschuldigd was. De kantonrechter wees de vordering van de huurder af en veroordeelde hem in de kosten; de vordering van verhuurders werd eveneens afgewezen met een kostenveroordeling.
Uitkomst: De vordering van de huurder tot schadevergoeding wegens niet-toekenning huurtoeslag wordt afgewezen.