Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
vonnis van de kantonrechter d.d. 3 oktober 2017
[gedaagde 1] ,
Procesverloop
Motivering
"Deel 1: Algemeen
€ 69,03(€ 65,83 + € 3,20)
€ 350,00(2 punten x tarief € 175,00)
Rechtbank Noord-Nederland
Partijen sloten op 11 februari 2016 een overeenkomst waarbij makelaar Stegenga werd ingeschakeld voor de verkoop van een woning. De makelaar stelde een koopovereenkomst op en begeleidde het verkoopproces, waarbij twee kopers betrokken waren. De eerste koper maakte gebruik van een ontbindende voorwaarde, waarna de verkoop aan een tweede koper werd gesloten.
De verkopers weigerden de courtage te betalen, stellende dat er geen bemiddelingsovereenkomst was en dat de makelaar tekort was geschoten in haar verplichtingen, onder meer door fouten in de koopovereenkomst en de lijst van zaken. De makelaar vorderde betaling van courtage, wettelijke rente en proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat de overeenkomst kwalificeert als een bemiddelingsovereenkomst conform artikel 7:425 BW Pro en dat de makelaar haar verplichtingen niet toerekenbaar heeft geschonden. De verkopers hadden onvoldoende onderbouwd dat de makelaar nalatig was geweest en waren gehouden tot betaling van de courtage. De gevorderde wettelijke rente werd toegewezen vanaf de datum van levering. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen wegens het ontbreken van een kosteloze aanmaning. De verkopers werden veroordeeld tot betaling van de courtage, wettelijke rente en proceskosten. De reconventionele vorderingen tot schadevergoeding en ontbinding werden afgewezen.
Uitkomst: De verkopers worden veroordeeld tot betaling van de courtage aan de makelaar met wettelijke rente en proceskosten, terwijl hun eigen vorderingen worden afgewezen.