ECLI:NL:RBNNE:2017:3828
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- L.W. Janssen
- F.J. Agema
- A. Jongsma
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na vrijspraak
De officier van justitie vorderde op 25 augustus 2017 dat de rechtbank het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel zou vaststellen en dat verdachte dit bedrag van €18.240,- aan de staat zou moeten betalen. Deze vordering was gebaseerd op het strafbare feit waarvoor verdachte werd vervolgd.
Tijdens de terechtzitting van 25 september 2017 werden verdachte, diens raadsvrouw en de officier van justitie gehoord. Op 9 oktober 2017 sprak de rechtbank Noord-Nederland verdachte vrij van het feit waarop de ontnemingsvordering was gebaseerd.
Gezien de vrijspraak acht de rechtbank het niet mogelijk om de ontnemingsvordering toe te wijzen en wijst deze daarom af. De rechtbank baseert haar beslissing op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, dat voorschrijft dat ontneming alleen kan plaatsvinden bij een veroordeling.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland, bestaande uit voorzitter L.W. Janssen en rechters F.J. Agema en A. Jongsma, op 9 oktober 2017.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming af vanwege de vrijspraak van verdachte.