ECLI:NL:RBNNE:2017:3884
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- J. van Bruggen
- P.H.M. Smeets
- M. Haisma
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs beroving snackbar en bedreiging fietser
Op 28 september 2017 heeft de rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van het plegen van beroving met geweld en bedreiging met een vuurwapenachtig voorwerp bij een snackbar en op straat.
De tenlastelegging omvatte het dwingen van medewerkers van een snackbar tot afgifte van geld en het bedreigen en dwingen van een fietser tot afgifte van geld, waarbij verdachte een vuurwapen of iets dat daarop leek zou hebben gebruikt. De officier van justitie vorderde vrijspraak vanwege onvoldoende overtuiging over de schuld van verdachte, ondanks het bestaan van wettig bewijs.
De verdediging voerde eveneens aan dat onvoldoende wettig bewijs aanwezig was om tot een bewezenverklaring te komen. De rechtbank oordeelde dat het strafdossier onvoldoende bewijsmiddelen bevatte om de schuld van verdachte wettig en overtuigend vast te stellen en sprak verdachte vrij.
De benadeelde partij had een vordering tot schadevergoeding ingediend, maar de rechtbank verklaarde deze partij niet-ontvankelijk omdat het feit waarop de schadevordering was gebaseerd niet bewezen was. De vordering kan alleen bij de burgerlijke rechter worden ingediend. Beide partijen dragen hun eigen kosten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig bewijs en de benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering.