Op 16 oktober 2017 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van poging tot doodslag en mishandeling van zijn levensgezel. De rechtbank sprak verdachte vrij van de poging tot doodslag, omdat het bewijs daarvoor onvoldoende was; slechts één getuige verklaarde dit en het slachtoffer ontkende het. Wel werd verdachte veroordeeld voor mishandeling, gebaseerd op zijn bekennende verklaring en het slachtoffer haar verklaring.
De mishandeling bestond uit stompen en slaan tegen het bovenlichaam en gezicht van het slachtoffer. De rechtbank achtte dit wettig en overtuigend bewezen. Verdachte werd strafbaar geacht, zonder strafuitsluitingsgronden. Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met de ernst van het feit, eerdere veroordelingen, en de complexe multi-problematiek van verdachte, waaronder een persoonlijkheidsstoornis en verslavingsproblemen.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 60 dagen op, waarvan 26 dagen onvoorwaardelijk en de rest voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Aan het voorwaardelijke deel werden bijzondere voorwaarden verbonden, waaronder reclasseringstoezicht, behandeling van zijn problematiek, verbod op middelengebruik en begeleiding bij wonen en dagbesteding. Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.