Op 13 maart 2016 stak verdachte aangever met een mes tijdens een ruzie in een woning te Groningen. Verdachte droeg altijd een mes bij zich en handelde uit angst en woede, veroorzaakt door eerdere mishandelingen en een dreigende situatie. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte opzettelijk zwaar lichamelijk letsel probeerde toe te brengen, maar niet dat sprake was van poging doodslag vanwege onvoldoende bewijs over de kans op overlijden.
De verdediging voerde noodweerexces aan, omdat verdachte handelde uit een hevige gemoedsbeweging veroorzaakt door een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding door aangever. De rechtbank oordeelde dat verdachte zich mocht verdedigen, maar dat zij te ver ging in haar reactie. Desondanks was deze disproportionele reactie het directe gevolg van angst en woede, waardoor het beroep op noodweerexces slaagde en verdachte werd ontslagen van alle rechtsvervolging voor het steken.
Daarnaast werd verdachte veroordeeld voor het bezit van een busje pepperspray, een verboden wapen. De rechtbank legde hiervoor een gevangenisstraf van drie dagen op, met aftrek van de tijd in voorarrest. De rechtbank hield rekening met de omstandigheden, de persoon van verdachte en het ontbreken van eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten.