ECLI:NL:RBNNE:2017:4211
Rechtbank Noord-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Navordering gecombineerde heffingskorting na achterwaartse verrekening fiscale partner
De zaak betreft een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2009 die door de Belastingdienst is opgelegd aan eiser. De navordering volgt op een achterwaartse verrekening van het negatieve inkomen van de voormalige fiscale partner over 2012 met diens inkomen over 2009, waardoor de gecombineerde inkomensheffing de gecombineerde heffingskorting niet meer overtreft.
Eiser had in 2009 geen inkomen en ontving een gecombineerde heffingskorting van € 2.092. Na de verrekening werd deze heffingskorting ten onrechte toegekend. Verweerder heeft de navorderingsaanslag opgelegd binnen de verlengde navorderingstermijn van artikel 16, zesde lid, AWR. De rechtbank constateert dat verweerder de hoorplicht heeft geschonden, waardoor het beroep gegrond wordt verklaard.
De rechtbank wijkt af van de gebruikelijke procedure en voorziet zelf in de zaak, oordeelt dat de navordering terecht is en bevestigt de navorderingsaanslag inclusief heffingsrente. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: De navorderingsaanslag is terecht opgelegd en het beroep wordt gegrond verklaard wegens schending van de hoorplicht.