ECLI:NL:RBNNE:2017:4283
Rechtbank Noord-Nederland
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging verstekvonnis en niet-ontvankelijkheid verzet tegen cessie vordering
De zaak betreft een verzetprocedure tegen een verstekvonnis uit 2011 waarin opposante en haar overleden echtgenoot werden veroordeeld tot betaling van een kredietrestant aan Arenda I. Opposante kwam in verzet nadat zij pas in 2017 kennis nam van het verstekvonnis via een incassobrieven van Next Finance, de partij aan wie Arenda I de vordering had overgedragen.
De kantonrechter oordeelt dat opposante ontvankelijk is in haar verzet tegen Arenda I omdat onvoldoende is komen vast te staan dat zij tijdig van het verstekvonnis op de hoogte was, mede omdat de betekening niet persoonlijk plaatsvond. Wel wordt opposante niet-ontvankelijk verklaard in haar verzet tegen Next Finance, omdat deze partij geen procespartij is in de oorspronkelijke procedure.
Feitelijk staat vast dat opposante medeondertekenaar was van de leningsovereenkomst en dat een deel van het krediet op haar privérekening is gestort. Haar stelling dat zij geen schuld erkent wordt door de kantonrechter verworpen vanwege onvoldoende betwisting en het ontbreken van nieuwe argumenten.
De kantonrechter bekrachtigt daarom het verstekvonnis en veroordeelt opposante in de proceskosten van € 200,-. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het verstekvonnis wordt bekrachtigd, opposante ontvankelijk verklaard tegen Arenda I maar niet tegen Next Finance, en veroordeeld in de proceskosten.