Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.[gedaagde sub 1] ,
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
- de dagvaarding met producties van 18 augustus 2017;
- de mondelinge behandeling van 2 oktober 2017;
- de pleitnota van de Gemeente;
- de pleitnota van [gedaagde partij] ;
- de overige in het geding gebrachte producties;
- de aanhouding van de behandeling in verband met schikkingsonderhandelingen tot
- het faxbericht van 19 oktober 2017 van de Gemeente, waarin vonnis wordt gevraagd;
- het faxbericht van 31 oktober 2017 van [gedaagde partij] , waarin is bevestigd dat het partijen niet is gelukt een minnelijke regeling te treffen.
- De gemeente en de genoemde grondeigenaren hebben de intentie uitgesproken om in gezamenlijk overleg tot herontwikkeling te komen van het plangebied Assen-Coveco-terrein c.a., waarbij het te ontwikkelen deel van het plangebied is onderverdeeld in deelprojectgebieden (bijlage 3), binnen welke deelgebieden in beginsel telkens één exploitant volledig verantwoordelijk is voor de totale ontwikkeling.
- (…)
- Tot de waarborgen op grond van de Explotatieverordening 1996 behoort de tijdige aanleg van voorzieningen van openbaar nut en, voor zover deze werkzaamheden door de gemeente zijn uitgevoerd, het daarop betrekking hebbende kostenverhaal.
- Ten behoeve van de samenwerking tussen de gemeente en de afzonderlijke exploitanten en met het oog op het verhaal van kosten van voorzieningen van openbaar nut wordt met de exploitant de hierna volgende overeenkomst gesloten.
"en deze werkzaamheden af te ronden vóór 14 september 2016.".
3.Het geschil
primairaangevoerd dat er nimmer een overeenkomst tussen [gedaagde partij] en de Gemeente tot stand is gekomen,
subsidiairdat, voor zover er wel sprake is van een samenwerkingsovereenkomst, deze nietig is wegens strijd met de openbare orde.
Meer subsidiairheeft [gedaagde partij] aangevoerd dat de samenwerkingsovereenkomst [gedaagde partij] niet (meer) verplicht tot hetgeen de Gemeente vordert en
nog meer subsidiairdat de vorderingen zijn verjaard en dat de vorderingen te vaag zijn. Tenslotte is verweer gevoerd tegen de gevorderde dwangsommen, boetes en termijnen. [gedaagde partij] heeft voorgaande stellingen uitgebreid nader toelicht.
4.De beoordeling
In conventie en in reconventie
816,00
00,00