ECLI:NL:RBNNE:2017:4509
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- M.A.A. van Capelle
- H.H.A. Fransen
- L.W. Janssen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak persoonlijke dienstbetrekking en veroordeling verduistering coöperatie
De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte vrijgesproken van het primair ten laste gelegde verduisteringsfeit omdat niet is vastgesteld dat hij in persoonlijke dienstbetrekking stond bij de coöperatie. Verdachte was bestuurder zonder loon en zonder ondergeschikte positie, waardoor het primair ten laste gelegde niet bewezen kon worden.
Wel werd verdachte veroordeeld voor verduistering van enig goed van de coöperatie in de periode van augustus 2012 tot november 2013. Hij maakte zich schuldig aan het wederrechtelijk toe-eigenen van geld dat bedoeld was voor de coöperatie, onder meer door privébetalingen te doen met zakelijke gelden zonder toestemming van het bestuur.
De bewijslast werd gedragen door bankafschriften, verklaringen van het bestuur en getuigen, en de verklaring van verdachte zelf. De rechtbank achtte de verduistering wettig en overtuigend bewezen, maar het exacte bedrag kon niet worden vastgesteld.
Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met de ernst van het feit, het vertrouwen dat werd beschaamd, de financiële schade voor de coöperatie, en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder een eerdere onbesproken justitiële staat en een EMDR-behandeling voor PTSS. De rechtbank legde een taakstraf van 100 uur op, met een vervangende hechtenis van 50 dagen, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaar.
Deze voorwaardelijke straf dient als afschrikmiddel om herhaling te voorkomen, mede gezien de omvang en duur van de verduistering en de hernieuwde activiteiten van verdachte in de kunstwereld.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van verduistering in dienstbetrekking, maar veroordeeld voor verduistering met taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf.