Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Ontvankelijkheid van de officier van justitie
Beoordeling van het bewijs
[getuige 3],
[getuige 4]en het relaas van verbalisanten d.d. 23 maart 2016. Uit de bewijsmiddelen kan worden opgemaakt dat sprake was van seksuele uitbuiting waarbij door verdachte met gebruikmaking van de dwangmiddelen geweld, dreiging met geweld, misbruik van een uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, misbruik van een kwetsbare positie en misleiding is gehandeld ten opzichte van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] .
(p. 532) A: Ik heb hem (de rechtbank begrijpt: verdachte) leren kennen in Groningen. Volgens mij was dat, ik ben nou 28, dat is 10 jaar geleden geweest, in juni 2006. Begon allemaal leuk, verliefd, nou ja, hij besteedde veel tijd aan mij, aandacht, ik kreeg cadeautjes van hem. We hebben een leuke tijd gehad, mijn ouders waren op vakantie in augustus, toen heeft die een paar dagen daar bij mij in mijn ouders huis gelogeerd. Toen kwamen hun terug, dat is uitgelopen op ruzie en vanaf dat moment woonde ik met hem samen bij zijn broer, in Groningen. Eind augustus, begin september heeft hij mij meegenomen naar Amsterdam, met een vriend van hem en een ander meisje. En daar werd duidelijk dat ik achter de ramen moest gaan werken.
(p. 556) V: Wat heeft jou ertoe bewogen om als prostituee aan het werk te gaan?
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Benadeelde partij
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren.
[slachtoffer 1]toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van
€ 149.385,00 (zegge: honderd en negenenveertig duizend en driehonderd en vijfentachtig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 september 2012.
Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het overige af.
[slachtoffer 1]te betalen een bedrag € 149.385,00 (zegge: honderd en negenenveertig duizend en driehonderd en vijfentachtig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 261 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 119.385,00 aan materiële schade en € 30.000,00 aan immateriële schade.
[slachtoffer 1]daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.
[slachtoffer 2]toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van
€ 22.200,00 (zegge: tweeëntwintig duizend en tweehonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2016.
Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] voor het overige af.
[slachtoffer 2]te betalen een bedrag van 22.200,00 (zegge: tweeëntwintig duizend en tweehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 104 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 7.200,00 aan materiële schade en
[slachtoffer 2]daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.
[slachtoffer 3]in haar vordering niet ontvankelijk is en dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.