ECLI:NL:RBNNE:2017:4633

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
23 november 2017
Publicatiedatum
4 december 2017
Zaaknummer
17/3781
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbParticipatiewet
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend financieel belang

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de uitbetaling van bijstand en het primaire besluit tot toekenning van een uitkering op grond van de Participatiewet. Na ongegrondverklaring van de bezwaren door verweerder, heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank. Verzoeker verzocht vervolgens om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter heeft onderzocht of er sprake is van onverwijlde spoed en een spoedeisend belang bij het treffen van de gevraagde voorziening. Verzoeker gaf aan een netto inkomen van €1217 per maand te hebben en geen dreigende invorderingsmaatregelen van schuldeisers. Er was geen bewijs van dreigende huisuitzetting of afsluiting van nutsvoorzieningen.

Hoewel verzoeker en zijn partner in een kleine woning bij zijn ouders wonen en een eigen woning willen betrekken, achtte de voorzieningenrechter deze omstandigheden onvoldoende zwaarwegend om het verzoek niet af te wachten. De zitting voor het bodemgeschil stond gepland binnen korte termijn.

Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend financieel belang.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: 17/3781
uitspraak van de voorzieningenrechter van 23 november 2017 op het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen in de zaak tussen

A. Terlouw, wonende te [woonplaats] , verzoeker,

en

het college van burgemeester en wethouders van Vlagtwedde, verweerder

(gemachtigde: J.D.G. de Vries).

Procesverloop

Bij besluit van 8 december 2016 (het primaire besluit) heeft verweerder verzoeker en zijn partner een uitkering ingevolgde de Participatiewet toegekend.
Bij brief van 15 december 2016 heeft verzoeker bezwaar gemaakt tegen de uitbetaling van het recht op bijstand over de maand november 2016. Bij brief van 19 december 2016 heeft verzoeker bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit.
Bij besluit van 15 mei 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder beide bezwaren ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep is bij de rechtbank geregistreerd onder kenmerk 17/2148. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter bij brief van 23 oktober 2017 verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 november 2017. Verzoeker is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in het bodemgeding niet.
De voorzieningenrechter ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of verzoeker een spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening.
2.1.
Ingevolge artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht gaat de voorzieningenrechter na of onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, het treffen van een voorlopige voorziening vereist.
2.2.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het beroep, waaraan dit verzoek connex is, op 11 december 2017 ter zitting zal worden behandeld.
2.3.
De aard van een verzoek om een voorlopige voorziening veronderstelt een actueel spoedeisend belang bij het treffen van de gevraagde voorziening.
2.4.
De beantwoording van de vraag of sprake is van onverwijlde spoed spitst zich in dit geval in het bijzonder toe op de vraag of vanuit financieel oogpunt sprake is van een spoedeisend belang en op de vraag of verzoeker de behandeling van het beroep - gelet op zijn belangen - niet zou kunnen afwachten.
2.5.
Ter zitting heeft verzoeker verklaard dat hij maandelijks over een inkomen beschikt van € 1217,-- netto. Desgevraagd heeft hij voorts verklaard dat hij geen schuldeisers heeft die op zeer korte termijn invorderingsmaatregelen zullen gaan treffen.
2.5.1.
De situatie van verzoeker leidt naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet tot de conclusie dat verzoeker over onvoldoende middelen beschikt om in de elementaire kosten van levensonderhoud te voorzien. Van bijvoorbeeld een dreigende huisuitzetting of afsluiting van water, gas of elektriciteit is niet gebleken. De door verzoeker aangevoerde feiten en omstandigheden inzake zijn financiële positie leveren dan ook geen grond op om te oordelen dat sprake is van een spoedeisend belang.
2.6.
Verzoeker heeft er ter zitting verder nog op gewezen dat hij bij zijn ouders in een kleine woning woont, dat zijn partner zwanger is en dat zijn partner en hij een eigen woning kunnen betrekken, maar dat de verhuizing veel kosten met zich meebrengt.
2.6.1.
De voorzieningenrechter ziet in deze omstandigheden niet een zo zwaarwegend belang dat verzoeker de behandeling van zijn beroep - mede gelet op de zittingsdatum - niet zou kunnen afwachten.
3. De voorzieningenrechter zal het verzoek gelet op het voorgaande afwijzen.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.G. Wijtsma, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.H. Pot, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 november 2017.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.