De zaak betreft een geschil tussen Grondverzet [J.] B.V. en N.V. Area Reiniging over de uitvoering van gladheidsbestrijding in de gemeente Hoogeveen. Na een Europese aanbesteding is de opdracht gegund aan [J.], die op basis van het aanbestedingsdocument mocht verwachten negen routes te krijgen voor gladheidsbestrijding. In het eerste seizoen (2016-2017) heeft [J.] deze inzet geleverd, inclusief acht keer trekkend materieel en een coördinator per oproep.
Voor het tweede seizoen (2017-2018) heeft Area Reiniging een route-optimalisatie doorgevoerd, waarbij [J.] slechts vier fietspadroutes werd toegekend, wat leidde tot een aanzienlijke vermindering van werk en omzet. [J.] vordert in kort geding dat Area gehouden wordt aan de oorspronkelijke inzet, dan wel een financieel vergelijkbare compensatie.
De voorzieningenrechter oordeelt dat [J.] op basis van het aanbestedingsdocument en de gemaakte afspraken redelijkerwijs mocht vertrouwen op een vergelijkbare inzet als in het eerste seizoen. De vermindering tot vier routes is onredelijk en strijdig met de overeenkomst en de redelijkheid en billijkheid. Daarom wordt Area veroordeeld om voor het tweede seizoen minimaal acht keer trekkend materieel en een coördinator toe te wijzen, met een dwangsom bij niet-naleving. De vordering voor het derde seizoen wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.
Daarnaast wordt Area veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2017.