ECLI:NL:RBNNE:2017:4851
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte afpersing en oplichting wegens onvoldoende bewijs nauwe samenwerking
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 15 december 2017 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van afpersing en oplichting gepleegd in juli 2017 te Groningen. De tenlastelegging betrof onder meer het met geweld dwingen van een slachtoffer tot afgifte van geld en het misleiden van een ander slachtoffer met een valse seksuele advertentie.
De officier van justitie stelde dat verdachte samen met een medeverdachte handelde en dat de bewijsmiddelen, waaronder verklaringen, telefoongegevens en een mes, dit wettig en overtuigend bewezen. De verdediging voerde aan dat er geen sprake was van nauwe en bewuste samenwerking en dat onvoldoende bewijs bestond voor de oplichting en bedreiging.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs niet voldeed aan de vereiste mate van overtuiging, met name omdat niet kon worden vastgesteld dat verdachte en medeverdachte bewust samenwerkten bij de afpersing en oplichting. Ook was niet bewezen dat verdachte de bedrieglijke handelingen zelf verrichtte. Verdachte werd daarom vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten.
Daarnaast wees de rechtbank een vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf af, omdat de nieuwe feiten niet bewezen waren. De voorlopige hechtenis werd opgeheven en verdachte werd onmiddellijk in vrijheid gesteld.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van afpersing en oplichting wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van nauwe samenwerking.