ECLI:NL:RBNNE:2017:4855
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte afpersing en oplichting wegens onvoldoende bewijs nauwe samenwerking
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 15 december 2017 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van afpersing en oplichting samen met een medeverdachte. De tenlastelegging betrof drie feiten: het met geweld dwingen van een slachtoffer tot afgifte van geld, het oplichten van een ander slachtoffer door middel van een valse seksadvertentie, en het bedreigen van dat slachtoffer met een hond.
De officier van justitie stelde dat verdachte in nauwe samenwerking met een medeverdachte handelde, ondersteund door verklaringen, telefoongegevens en een mes. De verdediging voerde aan dat verdachte geen nauwe en bewuste samenwerking had en ontkende betrokkenheid bij de afpersing en bedreiging, terwijl de oplichting niet aan verdachte kon worden toegerekend.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om de nauwe en bewuste samenwerking aan te tonen die nodig is voor medeplegen. De verklaringen en bewijsmiddelen konden niet overtuigend vaststellen dat verdachte wist van of deelnam aan de afpersing of oplichting. Ook de bedreiging met de hond werd niet bewezen geacht.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Tevens wees de rechtbank de vorderingen tot tenuitvoerlegging van eerdere voorwaardelijke straffen af, omdat de nieuwe feiten niet bewezen zijn. Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van afpersing, oplichting en bedreiging wegens onvoldoende bewijs van nauwe samenwerking.