Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
mr. M.J. Dijkstra(hierna te noemen: mr. Dijkstra), rechter van deze rechtbank (locatie Leeuwarden, afdeling privaatrecht, onderdeel familie- en jeugdrecht)
Rechtbank Noord-Nederland
De zaak betreft een wrakingsverzoek van een verzoeker tegen mr. Dijkstra, rechter bij de rechtbank Noord-Nederland, afdeling privaatrecht, familie- en jeugdrecht. Het verzoek betrof vermeende partijdigheid van de rechter bij de behandeling van een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling (OTS) van de minderjarige zoon van verzoeker. De verzoeker stelde dat mr. Dijkstra niet op voorhand wilde beslissen over bewijsverzoeken en dat zij partijdig was door het niet honoreren van zijn verzoeken en het eisen van bewijs voor zijn verhindering.
De wrakingskamer, bestaande uit drie rechters, heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld aan de hand van artikel 36 Wetboek Pro van Rechtsvordering en artikel 6 EVRM Pro. De kamer overwoog dat de weigering van mr. Dijkstra om voorafgaand aan de beschikking te beslissen op bewijsverzoeken een normale procesgang is en niet duidt op vooringenomenheid. Ook het verzoek om bewijs van verhindering was een redelijke proceshandeling.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen uitzonderlijke omstandigheden of zwaarwegende aanwijzingen waren die de onpartijdigheid van mr. Dijkstra in gevaar brachten. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen. De beslissing werd mondeling meegedeeld en schriftelijk vastgelegd op 17 maart 2017.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. Dijkstra is afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.