Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2017:5167

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
27 juli 2017
Publicatiedatum
26 januari 2018
Zaaknummer
155988
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 onder d EET-VerordeningArt. 3:268 BWVerordening (EG) Nr. 805/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot waarmerking hypotheekakte als Europese executoriale titel

ABN AMRO HYPOTHEKEN GROEP B.V. verzocht de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland om een authentieke hypotheekakte, verleden op 3 juli 2006, te waarmerken als Europese executoriale titel op grond van Verordening (EG) Nr. 805/2004. Dit verzoek was ingegeven door het niet-nakomen van betalingsverplichtingen door de schuldenaar, die sinds 20 april 2011 vermoedelijk in Duitsland verblijft. ABN AMRO had de woning waarop het recht van hypotheek rustte verkocht, maar de opbrengst volstond niet om de volledige vordering te voldoen, waardoor een restschuld van € 85.823,19 resteerde.

De voorzieningenrechter stelde vast dat de authentieke akte niet voldeed aan de vereisten van de EET-Verordening, omdat de restschuld niet uitdrukkelijk door de schuldenaar was erkend in de akte. Hierdoor kon de akte niet worden aangemerkt als een authentieke akte inzake een niet-betwiste schuldvordering. Dit vormde een belemmering voor de waarmerking als Europese executoriale titel.

Op grond van deze bevindingen wees de voorzieningenrechter het verzoek van ABN AMRO af. De beslissing werd op 27 juli 2017 in Leeuwarden in het openbaar uitgesproken door mr. H.H. Kielman in aanwezigheid van de griffier.

Uitkomst: Het verzoek tot waarmerking van de hypotheekakte als Europese executoriale titel wordt afgewezen wegens het ontbreken van uitdrukkelijke erkenning van de schuldvordering.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht
Locatie Leeuwarden
zaaknummer / rekestnummer: C/17/155988 / KG RK 17-228
Beschikking van de voorzieningenrechter van 27 juli 2017
op het verzoek van
de besloten vennootschap
ABN AMRO HYPOTHEKEN GROEP B.V.,
tevens h.o.d.n. Direktbank, Direktbank Woonhypotheken, Direktbank Hypotheken en Direktbank Spaarvoorziening,
gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam,
verzoekster,
advocaat mr. J.M. Veldhuis te Amsterdam,
tegen
[gerekwestreerde],
zonder bekende woon- of verblijfplaats in en buiten Nederland,
gerekwestreerde.
Partijen zullen hierna ABN AMRO en [gerekwestreerde] worden genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 11 juli 2017.
1.2.
Vervolgens is beschikking bepaald op heden.

2.Het verzoek en de beoordeling daarvan

2.1.
Het verzoek van ABN AMRO strekt tot het waarmerken als een Europese executoriale titel van de op 3 juli 2006 te Leeuwarden verleden notariële hypotheekakte met kenmerk hypotheek [nummer] waarbij ABN AMRO en [gerekwestreerde] partij zijn, als bedoeld in de Verordening (EG) Nr. 805/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 tot invoering van een Europese executoriale titel voor niet-betwiste schuldvorderingen (hierna: EET-Verordening).
2.2.
ABN AMRO stelt dat [gerekwestreerde] zijn betalingsverplichtingen uit hoofde van de hypothecaire geldlening jegens haar niet is nagekomen. ABN AMRO geeft aan dat zij haar recht van hypotheek heeft uitgeoefend en de woning waarop het recht van hypotheek rustte heeft laten verkopen als bedoeld in artikel 3:268 BW Pro. Omdat de gehele vordering van ABN AMRO niet kon worden voldaan uit de verkoopopbrengst bedraagt de restschuld, aldus ABN AMRO, per 21 juni 2017 een bedrag van € 85.823,19. Omdat [gerekwestreerde] op 20 april 2011 geëmigreerd c.q. vertrokken is uit Nederland en ABN AMRO vermoedt dat hij in Duitsland, althans binnen de Europese Unie, verblijft, en in Nederland geen, althans niet voldoende, verhaalsmogelijkheden bekend zijn, wil ABN AMRO de authentieke hypotheekakte in Duitsland, althans binnen de Europese Unie, ten uitvoer leggen.
2.3.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat het verzoek van ABN AMRO tot waarmerking moet worden afgewezen, omdat de (restant) schuldvordering van € 85.823,19 niet uitdrukkelijk bij authentieke akte wordt erkend door schuldenaar [gerekwestreerde] (zie artikel 3 onder Pro d EET-Verordening). De akte waarvan waarmerking wordt verzocht, kan dan ook niet worden aangemerkt als een authentieke akte inzake een niet-betwiste schuldvordering.
2.4.
Ten aanzien van de overgelegde akte is derhalve niet voldaan aan de vereisten die bij de EET-Verordening zijn voorgeschreven, zodat de gevraagde waarmerking als Europese executoriale titel niet kan worden verleend.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter
3.1.
wijst het verzoek van ABN AMRO af.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.H. Kielman en in het openbaar uitgesproken op 27 juli 2017 in tegenwoordigheid van de griffier. [1]

Voetnoten

1.type: 362