ECLI:NL:RBNNE:2017:5177
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet tijdig beslissen op Wob-verzoek leidt tot dwangsom en verplichting tot besluitvorming
Eisers dienden op 12 november 2015 een Wob-verzoek in bij het schoolbestuur, dat niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van vier weken besloot. Hoewel het bestuursorgaan op 11 december 2015 een verdaging aanvoerde, was deze niet rechtsgeldig omdat de brief na het verstrijken van de termijn was gedateerd.
Eisers stelden het bestuursorgaan op 16 december 2015 in gebreke en dienden op 19 januari 2016 beroep in wegens het uitblijven van een besluit. De rechtbank stelde vast dat het bestuursorgaan niet binnen de termijn had beslist en ook na ingebrekestelling naliet een besluit te nemen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, stelde de door het bestuursorgaan verbeurde dwangsom vast op €1.260 over de periode 31 december 2015 tot en met 10 februari 2016 en legde een nieuwe dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor het niet tijdig beslissen binnen vier weken na deze uitspraak.
Daarnaast werd het bestuursorgaan veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eisers. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Rechtbank Noord-Nederland op 3 maart 2017.
Uitkomst: Het bestuursorgaan moet binnen vier weken alsnog beslissen en betaalt een dwangsom wegens het niet tijdig beslissen op het Wob-verzoek.