Verzoeker, verblijvend in een forensisch psychiatrisch centrum, diende klachten in over diverse beperkingen waaronder bewegingsvrijheid, postverkeer, internetgebruik en bejegening. De rechtbank beoordeelde de ontvankelijkheid en inhoud van de klachten op grond van de Wet Bopz.
De rechtbank oordeelde dat beperkingen van bewegingsvrijheid en communicatie met een schriftelijke mededeling ex artikel 40a Wet Bopz waren onderbouwd en noodzakelijk vanwege het complexe psychiatrische ziektebeeld en het gedrag van verzoeker. Kortdurende insluitingen overdag werden als passend binnen het kliniekregime gezien. Echter, langdurige insluiting overdag zonder schriftelijke beschikking werd formeel gegrond verklaard, waarvoor een schadevergoeding van €100 werd toegekend.
Klachten over beperking van postverkeer waren deels door de klachtencommissie gegrond verklaard, waardoor deze niet ontvankelijk waren bij de rechtbank. Beperkingen op internetgebruik en bezit van gegevensdragers werden als proportioneel en noodzakelijk beoordeeld. Klachten over onheuse bejegening werden ongegrond verklaard omdat de bejegening volgens de rechtbank binnen de professionele standaard viel.
De rechtbank bevestigde de noodzaak van de beperkingen ter waarborging van orde en veiligheid binnen de kliniek en concludeerde dat verweerder in redelijkheid heeft gehandeld binnen het kader van de Wet Bopz.