In deze civiele procedure vordert eiser, eigenaar van een schip, terugbetaling van een aanbetaling die door een koper aan gedaagde is betaald maar niet aan eiser is doorbetaald. Het schip was te koop via een makelaar en lag in de haven van gedaagde. De koper, een Brits echtpaar woonachtig in Frankrijk, heeft een aanbetaling gedaan maar het schip uiteindelijk niet afgenomen.
Eiser stelt dat gedaagde geen kosten heeft gemaakt en slechts als bank heeft gefungeerd, waardoor de aanbetaling onterecht wordt vastgehouden. Gedaagde voert verweren aan zoals verrekening van kosten en een opschortingsrecht, maar kan deze niet onderbouwen met bewijs. Ook het formele verweer van niet-ontvankelijkheid wordt door de rechtbank verworpen.
De rechtbank oordeelt dat de vordering van eiser gebaseerd is op onrechtmatige vasthouding van de aanbetaling en dat gedaagde in verzuim is, zodat terugbetaling zonder ingebrekestelling opeisbaar is. De vordering wordt toegewezen, inclusief proceskosten, en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.