In deze civiele procedure vordert eiseres betaling van € 9.000,- van gedaagde, een bemiddelingsbedrijf dat betrokken was bij de verkoop van haar boot, de Bayliner. De kern van het geschil betreft de vraag of gedaagde een volmacht had om namens eiseres de Bayliner met inruil te verkopen. Eiseres stelt dat zij recht heeft op € 9.000,- uit de verkoopopbrengst, terwijl gedaagde beweert dat hij de vrijheid had om zelfstandig te beslissen over de inruil en dat betaling pas kan plaatsvinden na verkoop van de ingeruilde boot.
De kantonrechter stelt vast dat uit de communicatie en gedragingen van partijen niet blijkt dat een toereikende volmacht is verleend. De e-mail van gedaagde zelf weerspreekt diens stelling dat hij volledige vrijheid had. Ook eerdere onderhandelingen over inruil werden met eiseres besproken. De kosten voor herstelwerkzaamheden zijn onvoldoende onderbouwd. De kantonrechter oordeelt dat gedaagde de Rescue boot zonder volmacht voor eigen risico heeft ingekocht en dat eiseres recht heeft op de overeengekomen € 9.000,- plus wettelijke rente vanaf 13 mei 2014.
De vordering van gedaagde tot betaling van € 4.500,- wordt afgewezen. De buitengerechtelijke incassokosten worden niet toegewezen vanwege onvoldoende onderbouwing. De beslagkosten worden toegewezen aan eiseres. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.