Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.[naam] ,
[naam2] ,
Rechtbank Noord-Nederland
In deze zaak vordert eiser betaling van €13.500,00 van de zorgaanbieder en haar vennoten wegens niet-verleende zorg ondanks betaling uit een persoonsgebonden budget (PGB). Medio 2013 ontving eiser een PGB en sloot een zorgovereenkomst met de vennootschap onder firma die zorg zou verlenen. Ondanks betaling werd geen zorg geleverd en geen verantwoording afgelegd aan het zorgkantoor.
De zorgaanbieder en haar vennoten betwistten de vordering en stelden dat zij samen met eiser de verantwoording zouden doen, maar eiser dit weigerde. De kantonrechter oordeelde dat de zorgaanbieder tekort is geschoten in haar zorgverplichtingen en verantwoording, en dat de verweren onvoldoende zijn onderbouwd, mede vanwege het niet verschijnen van de gedaagden.
Op grond van artikel 18 van Pro het Wetboek van Koophandel zijn de vennoten hoofdelijk aansprakelijk. De kantonrechter veroordeelde hen tot betaling van €13.500,00, wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De zorgaanbieder en haar vennoten worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €13.500,00 plus rente en kosten wegens niet-verleende zorg en niet-afgelegde verantwoording.