ECLI:NL:RBNNE:2017:620
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen gebiedsverbod wegens vermeende openbare ordeverstoring
Op 1 februari 2017 legde de burgemeester van Assen aan verzoeker een gebiedsverbod op voor het uitgaansgebied van Assen vanwege een incident op 29 januari 2017 in een horecagelegenheid waarbij verzoeker betrokken was. Het verbod hield in dat verzoeker zich tussen 22:00 en 07:00 uur niet in het gebied mocht bevinden tot 23 april 2017. Verzoeker betwistte de beschuldigingen en stelde dat hij onterecht in zijn bewegingsvrijheid werd beperkt, mede omdat hij als pizzakoerier tot 23:00 uur werkt.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het gebiedsverbod slechts kan worden opgelegd als sprake is van een actuele verstoring van de openbare orde of ernstige vrees daarvoor, zoals vereist in artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet. Uit de stukken en de zitting bleek dat verzoeker op het moment van opleggen van het verbod geen verstoring van de openbare orde veroorzaakte en dat er geen feitelijke grondslag was voor ernstige vrees voor toekomstige ordeverstoring.
De burgemeester kon slechts wijzen op een algemene ervaring dat incidenten kunnen escaleren bij hernieuwd contact, maar er waren geen concrete aanwijzingen dat verzoeker een confrontatie zou zoeken. Ook ontbraken recidive of andere omstandigheden die de vrees zouden rechtvaardigen. Daarom ontbrak een deugdelijke wettelijke grondslag voor het gebiedsverbod.
De voorzieningenrechter schorst het primaire besluit tot zes weken na de beslissing op bezwaar en beveelt vergoeding van het griffierecht aan verzoeker. Er is geen hoger beroep mogelijk tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het gebiedsverbod wordt geschorst wegens het ontbreken van een deugdelijke grondslag.