De verdachte werd verdacht van diefstal uit een woning in Groningen op 4 oktober 2016, waarbij een geldbedrag van 120 euro werd weggenomen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening. De verdachte bekende het feit en werd op heterdaad betrapt. De rechtbank achtte het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen op basis van de bekentenis en getuigenverklaringen.
De verdachte heeft een lange geschiedenis van justitiële contacten sinds 1996, met meerdere veroordelingen voor voornamelijk vermogensdelicten en een registratie als veelpleger sinds 2012. Ondanks diverse ambulante en klinische behandeltrajecten bleef recidive optreden, mede door een verslavingsproblematiek. De officier van justitie vorderde een ISD-maatregel van twee jaar om de maatschappij te beveiligen en de behandeling van de verdachte te waarborgen.
De verdediging betoogde dat een ISD-maatregel niet opportuun was omdat de verdachte gemotiveerd was en ambulante hulp nog niet volledig was benut. De rechtbank oordeelde echter dat gezien de ernst, recidive en eerdere veroordelingen, een ISD-maatregel noodzakelijk was. Tevens werd de proeftijd van een eerdere voorwaardelijke straf met één jaar verlengd omdat de verdachte tijdens de proeftijd het bewezen feit pleegde.
De rechtbank legde de ISD-maatregel op voor twee jaar met aftrek van voorarrest en bepaalde dat na twaalf maanden een tussentijdse toetsing van de voortzetting van de maatregel zal plaatsvinden. De vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf werd afgewezen vanwege de opgelegde ISD-maatregel.