Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
- een verzoekschrift, met producties, ingekomen op 15 november 2017,
- een herziene versie van het verzoekschrift, ingekomen op 24 november 2017,
Rechtbank Noord-Nederland
De bank heeft een hypothecaire geldleningsovereenkomst met de hypotheekgever gesloten en beschikt over een recht van eerste hypotheek op een woning. Na verzuim van de hypotheekgever heeft de bank executoriaal beslag gelegd en de woning ter verkoop aangeboden. De bank verzoekt de rechtbank om goedkeuring van een onderhandse verkoop aan een koper en om een ontruimingsbevel jegens de hypotheekgever.
De hypotheekgever betwist primair de rechtsopvolging van de bank en subsidiair het tijdstip van ontruiming. De rechtbank oordeelt dat de bank rechtsopvolger is van de oorspronkelijke hypotheekhouder en dat de onderhandse verkoop kan worden goedgekeurd. De rechtbank stelt dat de beschikking tot goedkeuring van de onderhandse verkoop gelijkstaat aan een proces-verbaal als bedoeld in artikel 525 lid 3 Rv Pro, waardoor de hypotheekgever tot ontruiming wordt genoodzaakt.
De hypotheekgever had verzocht om een ontruimingstermijn van drie maanden na inschrijving, maar de rechtbank wijst dit af vanwege het belang van de koper bij spoedige ontruiming en het feit dat de hypotheekgever voldoende tijd had om alternatieve woonruimte te zoeken. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank keurt de onderhandse verkoop goed en bepaalt dat de hypotheekgever tot ontruiming is genoodzaakt vanaf levering, met afwijzing van het verzoek tot uitstel.