Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Het procesverloop
2.Het standpunt van [verzoekster]
3.Het standpunt van mr. Baluah
4.De beoordeling
aan de verzoeker bekend zijn geworden.
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen mr. R. Baluah naar aanleiding van de zitting van 20 december 2017, omdat zij vond dat de rechter niet onpartijdig was. Zij baseerde dit op opmerkingen van mr. Baluah tijdens die zitting en het late overhandigen van een stuk van Jeugdbescherming Noord.
Mr. Baluah betwistte het verzoek en stelde dat het te laat was ingediend en dat er geen sprake was van partijdigheid. De rechtbank behandelde het verzoek op 9 maart 2018, waarbij verzoekster niet verscheen.
De rechtbank oordeelde dat het wrakingsverzoek niet tijdig was ingediend, omdat verzoekster had moeten reageren tijdens of kort na de zitting van 20 december 2017. Daarnaast concludeerde de rechtbank dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestond.
Daarom verklaarde de rechtbank het verzoek niet-ontvankelijk en bepaalde dat de hoofdzaak ongewijzigd wordt voortgezet. De beslissing werd op 16 maart 2018 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en inhoudelijk afgewezen.