ECLI:NL:RBNNE:2018:133

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
15 januari 2018
Publicatiedatum
18 januari 2018
Zaaknummer
C18/181213/PR RK 17/454
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 512 SvArt. 513 lid 2 SvArt. 513 lid 3 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek rechter-commissaris in strafzaak

In deze strafzaak diende mr. Ural namens de verdachte een wrakingsverzoek in tegen mr. G.H. Boekaar, rechter-commissaris belast met de zaak. Het verzoek werd ingediend tijdens een getuigenverhoor op 19 december 2017. Mr. Boekaar berustte niet in het verzoek.

Op 9 januari 2018 werd het verzoek behandeld door de wrakingskamer, waarbij beide partijen hun standpunten toelichtten. De rechtbank oordeelde dat het verzoek niet-ontvankelijk was omdat het niet voldeed aan de vereisten van artikel 513 lid 2 en Pro 3 Sv, dat vereist dat alle gronden voor wraking bij indiening gemotiveerd worden voorgedragen.

Het proces-verbaal van de zitting toonde aan dat tijdens het wrakingsverzoek geen wrakingsgronden werden besproken. De rechtbank stelde vast dat het later aanvoeren van gronden tijdens de behandeling niet volstaat. De procedure wordt voortgezet zoals voor het wrakingsverzoek, en het verzoek wordt afgewezen.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een tijdige en volledige motivering.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Locatie Groningen
Meervoudige wrakingskamer
Zaaknummer / rekestnummer: C18/181213/PR RK 17/454
Datum beslissing: 15 januari 2018
Beslissing op het door mr. U. Ural in de strafzaak tegen
[naam] ,wonende te [woonplaats] , [adres] , verder te noemen [verzoeker] , ingediende verzoek tot wraking ingevolge artikel 512 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv).

1.Het procesverloop

1.1.
Tijdens een getuigenverhoor op 19 december 2017 heeft mr. Ural een verzoek tot wraking ingediend van mr. G.H. Boekaar als rechter-commissaris, belast met de behandeling van de strafzaak in bovengenoemde rechtbank tegen [verzoeker] , geregistreerd onder parketnummer 18/830441-16.
1.2.
Mr. Boekaar heeft schriftelijk aangegeven niet in de wraking te berusten.
1.3.
Op 9 januari 2018 is het wrakingsverzoek behandeld ter zitting van de wrakingskamer van de rechtbank. Op deze zitting waren aanwezig mr. Ural en mr. Boekaar. Ter zitting hebben zij hun standpunten met betrekking tot het wrakingsverzoek toegelicht.
1.4.
Uitspraak is bepaald op heden.

2.De beoordeling

2.1.
Ingevolge artikel 512 Sv Pro kan op verzoek van een verdachte elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2.2.
Daargelaten het antwoord op de vraag of mr. Ural het onderhavige wrakingsverzoek namens [verzoeker] heeft ingediend, is de rechtbank van oordeel dat dit verzoek niet-ontvankelijk is. Daartoe wordt het volgende overwogen.
2.3.
Uit artikel 513, lid 2 en 3 Sv vloeit voort dat het wrakingsverzoek op het moment van indiening moet worden gemotiveerd en dat alle feiten en omstandigheden die hebben geleid tot dat verzoek daarbij tegelijk moeten worden voorgedragen.
2.4.
Naar aanleiding van het wrakingsverzoek is een proces-verbaal opgemaakt. Dit proces-verbaal is door zowel mr. Ural als mr. Boekaar van een handtekening voorzien. Ter zitting hebben beiden verklaard dat de inhoud van dit proces-verbaal juist is.
2.5.
In dit proces-verbaal is onder meer het volgende opgenomen:
“Er zijn vragen gesteld door de rechter-commissaris, mr. Nieuwenhuis en mr. Ural.
Bij een vraag van mr. Ural, naar de naam van een door de getuige genoemd persoon, deed zich het volgende voor – overgenomen uit het proces-verbaal van verhoor van de getuige – toen mr. Ural de getuige vertelde dat haar weigering de vraag te beantwoorden gevolgen voor haar zouden kunnen hebben die de rechter-commissaris haar duidelijk kon maken.
“De rechter-commissaris heeft de getuige er op gewezen dat zij verplicht is te antwoorden. De getuige heeft gevraagd wat er zou gebeuren als zij zou zeggen dat zij het niet meer weet. Mr. Ural heeft hierop aangegeven dat dit niet mogelijk is, omdat de getuige al heeft laten blijken dat zij het wel weet, maar geen antwoord wil geven. De getuige heeft vervolgens gevraagd wat de gevolgen zouden kunnen zijn als zij zou blijven bij haar weigering de vraag te beantwoorden. De rechter-commissaris heeft de getuige vervolgens verteld dat mr. Ural er waarschijnlijk op doelt dat zij dan in gijzeling zou kunnen worden genomen, maar dat hij niet tot gijzeling zal overgaan.
Mr. Ural heeft in reactie hierop aangegeven dat hij overweegt de rechter-commissaris te wraken, nu deze volgens hem op voorhand heeft gezegd niet tot gijzeling te zullen overgaan.
Mr. Ural heeft vervolgens gevraagd om een korte onderbreking om hierover te overleggen met mr. Van der Wal, omdat hij voor hem waarneemt en de vraag die de getuige niet wilde beantwoorden betrekking heeft op heer [verzoeker] , de cliënt van mr. Van der Wal.
Het verhoor is vervolgens onderbroken.
Na de hervatting heeft mr. Ural aangegeven de rechter-commissaris te wraken.”
2.6.
De rechtbank is van oordeel dat uit dit proces-verbaal niet blijkt welke gronden aan het wrakingsverzoek ten grondslag zijn gelegd. Tijdens de behandeling van het wrakingsverzoek is ook door mrs. Ural en Boekaar bevestigd dat de wrakingsgronden op 19 december 2017 geen onderwerp van gesprek zijn geweest.
2.7.
Daarmee is niet voldaan aan het bepaalde in artikel 513 lid 2 en Pro 3 Sv. De omstandigheid dat mr. Ural de gronden van het wrakingsverzoek tijdens de behandeling daarvan alsnog heeft aangevoerd doet daaraan niet af. Hij had dat op het moment van wraken terstond moeten doen.
2.8.
Het wrakingsverzoek zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

3.De beslissing

De rechtbank
  • verklaart het verzoek tot wraking van mr. Boekaar niet-ontvankelijk;
  • bepaalt dat het proces, bekend onder parketnummer 18/830441-16, wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking;
  • beveelt de onmiddellijke mededeling van deze beslissing aan mr. Ural, mr. Boekaar en de officier van justitie;
Deze beslissing is gegeven door mrs. P.J. Duinkerken, voorzitter, P. Molema en A.L.J.M.A. Janssens, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2018.