Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
[slachtoffer 4] blijkt dat ook de verkoop van vals geld onderdeel was van voornoemde transactie. De kopers zouden één bedrag betalen voor zowel de drugs als het valse geld. In de woning werd het geld ook getest om te controleren of het als echt kon worden uitgegeven. Nu zowel verdachte als [medeverdachte] betrokken waren bij het sluiten van deze deal, kan ook het onder 4 ten laste gelegde tezamen en in vereniging voorhanden hebben van vals geld worden bewezen.
Enkele dagen voor de afspraak van 12 januari 2017 had ik ongeveer een halve kilo cocaïne bij iemand gekocht. Ik had al voor de afspraak wat van de cocaïne gebruikt. [medeverdachte] wist dat ik de cocaïne had. Hij kende een paar jongens die de cocaïne wilde kopen. De afspraak was dat de jongens op 12 januari 2017 de drugs zouden kopen. Ik had de drugs in zakjes van 100 gram gezet voor de afspraak. Op 12 januari 2017 zijn [medeverdachte] en ik naar de woning van [medeverdachte] aan de [straatnaam] te Foxhol gegaan. De jongens kwamen ook daar. Het klopt dat we in de keuken de cocaïne hebben getest. De kwaliteit van de cocaïne was volgens mij goed. In die periode was ik aan cocaïne verslaafd. Ik heb de jongens ook een grammetje gegeven om mee te nemen. Er is afgesproken dat de verkoop de volgende dag zou doorgaan. Dat ging allemaal via [medeverdachte] . Hij was de tussenpersoon. De volgende dag zijn we weer naar de woning gegaan. Op een zeker moment heb ik volgens mij [medeverdachte] gevraagd om de cocaïne uit de auto te halen. Het ging om dezelfde cocaïne van de dag ervoor.
Bewezenverklaring
en munitie van categorie III, te weten
.
Kwalificatie
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
- ondanks de hem geboden hulp en begeleiding - onverminderd doorgegaan met het gebruik van drugs en, in het verlengde daarvan, het plegen van strafbare feiten. In het Pieter Baan Centrum is blijkens het rapport van 30 oktober 2017 geconstateerd dat de persoonlijkheids- en emotionele ontwikkeling van verdachte door het langdurig gebruik van middelen en verblijf in de criminele subcultuur van drugsgebruikers en -handelaren, gestagneerd is geraakt en dat er een antisociale bovenlaag is ontstaan. Hoewel de persoonlijkheids-pathologie aanwezig was ten tijde van de feiten en verdachte tijdens het plegen van de feiten bovendien onder invloed van verdovende middelen verkeerde, hebben deze omstandigheden volgens de deskundigen van het Pieter Baan Centrum zijn gedragskeuzes en gedragingen ten tijde van het plegen van de feiten niet beïnvloed. Vragen over het recidiverisico en eventuele interventies om het recidivegevaar te kunnen beperken, hebben de deskundigen om deze reden niet kunnen beantwoorden.
Benadeelde partijen
€ 30.000,- ter zake van immateriële schade;
€ 1.059,06 aan materiële schade en € 1.500,- aan immateriële schade.
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
een gevangenisstraf voor de duur van tien jaren.
[slachtoffer 5]toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van €
882,32(zegge: achthonderdtweeëntachtig euro en tweeëndertig eurocent) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 januari 2017.
[slachtoffer 5]voor het overige in haar vordering niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
[slachtoffer 5]te betalen een bedrag van €
882,32(zegge: achthonderdtweeëntachtig euro en tweeëndertig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van
17 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag betreft materiële schade.
[slachtoffer 5]daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.
[slachtoffer 6]toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van €
2.784,04(zegge: tweeduizend zevenhonderdvierentachtig euro en vier eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 januari 2017.
[slachtoffer 6]te betalen een bedrag van €
2.784,04(zegge: tweeduizend zevenhonderdvierentachtig euro en vier eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van
37 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag betreft materiële schade.
[slachtoffer 6]daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.
[slachtoffer 7]toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van €
196,56(zegge: honderdzesennegentig euro en zesenvijftig eurocent) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 januari 2017.
[slachtoffer 7]voor het overige in haar vordering niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
[slachtoffer 7]te betalen een bedrag van €
196,56(zegge: honderdzesennegentig euro en zesenvijftig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van
drie dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag betreft materiële schade.
[slachtoffer 7]daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.
[slachtoffer 3]in zijn vordering niet-ontvankelijk is en dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
[slachtoffer 3]ieder de eigen kosten dragen.
[slachtoffer 2]toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van €
949,87(zegge: negenhonderdvierennegentig euro en zevenentachtig eurocent) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 januari 2017.
[slachtoffer 2]voor het overige in haar vordering niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
[slachtoffer 2]te betalen een bedrag van €
949,87(zegge: negenhonderdvieren-negentig euro en zevenentachtig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van
19 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag betreft materiële schade.
[slachtoffer 2]daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.