ECLI:NL:RBNNE:2018:1561
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen erkenning en tenuitvoerlegging Belgische confiscatiebeslissing
De veroordeelde heeft beroep ingesteld tegen de beslissing tot erkenning en tenuitvoerlegging van een Belgische confiscatiebeslissing van €20.000, opgelegd door de Correctionele Rechtbank te Hasselt. De rechtbank Noord-Nederland oordeelde dat de officier van justitie de beslissing tot erkenning zelfstandig en rechtsgeldig heeft genomen.
De raadsman voerde aan dat de facultatieve weigeringsgrond van artikel 25, eerste lid, WWETGC van toepassing was omdat het merendeel van de feiten in Nederland zou hebben plaatsgevonden en de Nederlandse strafrechtelijke afhandeling anders zou zijn. De rechtbank verwierp dit verweer omdat de feiten deels op Belgisch grondgebied plaatsvonden, de strafbaarheid in Nederland vergelijkbaar is en het verzoek mede ziet op beslaglegging in Nederland.
Het verweer dat de redelijke termijn was overschreden werd eveneens verworpen omdat het hier ging om tenuitvoerlegging van een onherroepelijk vonnis en niet om vervolging. De rechtbank concludeerde dat er geen weigeringsgronden waren die toegepast hadden moeten worden en dat de officier van justitie in redelijkheid tot haar beslissing kon komen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de erkenning en tenuitvoerlegging van de Belgische confiscatiebeslissing wordt ongegrond verklaard.