Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 26 april 2018 in de zaak tussen
[eiseres] , te [vestigingsplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Groningen, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
"1 Reikwijdte van het onderzoek
€ 2.156
€ 2.354.804
€ 3.892
€ 877.430
algemeneherzieningsregeling staat beschreven in de artikelen 184, 185 en 186 van de BTW-richtlijn; de
aanvullendeherzieningsregeling voor investeringsgoederen is vastgelegd in de artikelen 187 en volgende. De algemene herzieningsregeling van de artikelen 184, 185 en 186 van de BTW-richtlijn biedt lidstaten de mogelijkheid de herziening
ineenste laten plaatsvinden. Bovendien volgt uit de onderlinge samenhang van de herzieningsbepalingen uit de BTW-richtlijn dat de aftrek bij de herziening in het jaar van eerste ingebruikneming definitief zijn beslag krijgt, tenzij sprake is van investeringsgoederen. Uit artikel 187, tweede lid, tweede volzin, van de BTW-richtlijn, gelezen in samenhang met de daaraan voorafgaande tekst van dit artikel, leidt de rechtbank af dat - in aanvulling op de algemene herzieningsregeling - gedurende de herzieningsperiode de aftrek voor uitsluitend investeringsgoederen ook na het jaar van verkrijging, vervaardiging of ingebruikneming jaarlijks moet worden gevolgd en zo nodig herzien, overeenkomstig het gebruik in elk van de desbetreffende jaren. Daarbij moet het laatstbedoelde gebruik steeds worden vergeleken met het gebruik ten tijde van de verkrijging of vervaardiging, of het bij de algemene herziening vastgestelde gebruik in het jaar van ingebruikneming.