Op 23 februari 2017 vond een incident plaats waarbij verdachte zijn toenmalige levensgezel mishandelde door haar bij de keel te grijpen en dicht te knijpen. Verdachte werd vervolgd voor poging tot doodslag, poging tot zware mishandeling en mishandeling van twee personen.
De rechtbank Noord-Nederland sprak verdachte vrij van poging tot doodslag en poging tot zware mishandeling wegens onvoldoende bewijs voor opzet en begin van uitvoering. Ook werd verdachte vrijgesproken van mishandeling van een tweede persoon en van het bijtincident, omdat deze feiten niet wettig en overtuigend bewezen konden worden.
Wel werd verdachte veroordeeld voor mishandeling van zijn levensgezel, waarbij hij haar bij de keel greep en dichtkneep. De rechtbank legde een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden op met een proeftijd van drie jaar, gekoppeld aan bijzondere voorwaarden waaronder ambulante behandeling voor agressiebeheersing en relatieproblemen.
De rechtbank nam mee dat het incident plaatsvond in aanwezigheid van (stief)kinderen en dat verdachte een patroon van huiselijk geweld vertoont. Het beroep op noodweer en noodweerexces werd verworpen omdat geen actuele noodweersituatie bestond. De straf werd gematigd vanwege de omstandigheden en het advies van de reclassering.