ECLI:NL:RBNNE:2018:1885

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
18 mei 2018
Publicatiedatum
22 mei 2018
Zaaknummer
6690304 \ ER VERZ 18-38
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:199 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Loon gemachtigde erfgenamen niet aan te merken als vereffeningskosten

Verzoeker, gemachtigde van de erfgenamen en vereffenaars van een nalatenschap, verzocht om opheffing van de vereffening en vaststelling van de reeds gemaakte vereffeningskosten van €2.299, inclusief btw. De nalatenschap bleek een negatief saldo te hebben, waardoor na voldoening van de kosten geen activa meer beschikbaar zijn voor andere schuldeisers.

De kantonrechter stelde vast dat het loon van verzoeker voor zijn werkzaamheden als gemachtigde niet tot de vereffeningskosten behoort, omdat de wet alleen het loon van de door de rechtbank benoemde vereffenaar erkent. Er is geen wettelijke grondslag voor het vaststellen van loon van erfgenamen of hun gemachtigden voor vereffeningswerkzaamheden.

De kantonrechter verwees naar de Handleiding erfrechtprocedures van december 2017, waarin een overgangsbeleid wordt gehanteerd. Voor werkzaamheden na 1 januari 2018 wordt deze handleiding strikt gevolgd, terwijl in het verleden dergelijke kosten soms als vereffeningskosten werden aangemerkt indien redelijk.

Omdat verzoeker geen onderscheid had gemaakt tussen werkzaamheden voor en na 1 januari 2018, kon de kantonrechter de vereffeningskosten nog niet vaststellen of beoordelen of opheffing van de vereffening op goede gronden was verzocht. Verzoeker kreeg de gelegenheid om dit onderscheid te maken en een nadere specificatie van het loon te overleggen binnen twee weken. De beslissing werd aangehouden in afwachting hiervan.

Uitkomst: Verzoeker krijgt gelegenheid om onderscheid te maken tussen werkzaamheden voor en na 1 januari 2018 en nadere specificatie van het loon te overleggen; beslissing aangehouden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie Assen
zaak-/rolnummer: 6690304 \ ER VERZ 18-38

Beschikking van de kantonrechter van 18 mei 2018

op het verzoekschrift van

mr. W.E. Niemeijer, kandidaat-notaris te Borger,

hierna te noemen: verzoeker,
ten deze handelende als gemachtigde van de erfgenamen/vereffenaars in de nalatenschap van:
de heer
[R], geboren te Emmen op [geboortedatum] , overleden in de gemeente [gemeente] op 2 december 2015, laatst wonende te [woonplaats] , [adres] , ten tijde van zijn overlijden ongehuwd en niet als partner geregistreerd.

Procesverloop

Verzoeker heeft bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 1 maart 2018, verzocht om opheffing van de vereffening van voornoemde nalatenschap onder vaststelling van de reeds gemaakte vereffeningskosten van € 2.299,00, inclusief btw. Verzoeker stelt met betrekking tot het voorgaande dat de nalatenschap na voldoening van de kosten geen activa meer heeft en derhalve met andere schuldeisers geen regeling kan worden getroffen.
Voorts hebben verzoekers ex artikel 4:199 lid 2 BW Pro melding gemaakt van het negatieve saldo van de nalatenschap van erflater.
De behandeling ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 maart 2018, alwaar niemand is verschenen.
Ten slotte is beschikking bepaald op heden.

Motivering

Uit het verzoekschrift en de bijlagen is gebleken dat de schulden van de nalatenschap de baten overtreffen. Tot de schulden behoort het loon van verzoeker voor werkzaamheden uitgevoerd als gemachtigde van de vereffenaars. Verzoeker verzoekt dit loon als vereffeningskosten vast te stellen. Het loon van verzoeker behoort echter niet tot de vereffeningskosten. De wet biedt namelijk alleen de mogelijkheid om het loon van de door de rechtbank benoemde vereffenaar vast te stellen. Er is geen wettelijke grondslag voor het vaststellen van het loon van de erfgenamen/vereffenaars om de vereffeningswerkzaamheden uit te voeren en/of deze werkzaamheden uit te besteden aan een gemachtigde. De kantonrechter wijst hierbij op de Handleiding erfrechtprocedures kantonrechter van 12 december 2017, die eind december 2017 is gepubliceerd op www.rechtspraak.nl. In het verleden hebben kantonrechters van de rechtbank Noord-Nederland deze kosten wel als vereffeningskosten aangemerkt als deze naar het oordeel van de kantonrechter in redelijkheid waren gemaakt. Voor werkzaamheden die zijn verricht na 1 januari 2018 zal echter voortaan voornoemde Handleiding worden gevolgd. Nu verzoeker geen onderscheid heeft gemaakt naar werkzaamheden die zijn verricht voor 1 januari 2018 of na 1 januari 2018, kan de kantonrechter de vereffeningskosten nog niet vaststellen en ook nog niet beoordelen of opheffing van de vereffening op goede gronden is verzocht. De kantonrechter stelt verzoeker in de gelegenheid dit onderscheid alsnog te maken.
Tevens verzoekt de kantonrechter een nadere specificatie van het loon te overleggen (welke werkzaamheden zijn verricht en door wie).
Hiervoor zal verzoeker een termijn worden gegeven van twee weken na heden. In afwachting hiervan wordt elke overige beslissing aangehouden.

Beslissing

De kantonrechter:
- stelt verzoeker in de gelegenheid uiterlijk
1 juni 2018bij brief voor wat betreft de vereffeningskosten een onderscheid te maken tussen werkzaamheden die zijn verricht voor of na 1 januari 2018 en een nadere specificatie van het loon te overleggen (welke werkzaamheden zijn verricht en door wie);
- houdt elke overige beslissing aan.
Deze beslissing is gegeven door de kantonrechter mr. S.M. Schothorst en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2018.
typ: 784 / av

Voetnoten

1.Beschikking verzonden op: