ECLI:NL:RBNNE:2018:2005
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- B.I. Klaassens
- H.H.A. Fransen
- C. Brouwer
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van bewijs voor opzettelijk brandstichten in AZC-kamer
Op 26 januari 2018 ontstond er een kleine brand in een kamer van een gebouw van het AZC te Hoogeveen. Verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk stichten van deze brand, waarbij gevaar voor levens en goederen in aangrenzende kamers werd vermoed.
De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 365 dagen, waarvan 233 voorwaardelijk, op basis van wisselende verklaringen van verdachte en getuigenverklaringen die volgens haar het scenario van opzettelijke brandstichting ondersteunden. De verdediging betoogde vrijspraak voor het deel van de tenlastelegging dat levensgevaar betrof.
De rechtbank oordeelde dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen was. De mogelijkheid dat de brand door onoplettendheid van verdachte was ontstaan en dat zij in verwarde toestand de brand probeerde te doven, kon niet worden uitgesloten. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij en beval onmiddellijke invrijheidstelling.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van overtuigend bewijs voor opzettelijk brandstichten.