ECLI:NL:RBNNE:2018:2142
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor langdurige handel in cocaïne en heroïne in Leeuwarden
De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte veroordeeld voor het gedurende elf maanden samen met zijn broer handelen in harddrugs, namelijk cocaïne en heroïne, in Leeuwarden. Verdachte erkende de handel in de periode van 1 juni 2016 tot 12 november 2016, maar betwistte de periode daarvoor. De rechtbank achtte op basis van getuigenverklaringen en andere bewijsmiddelen echter bewezen dat de handel plaatsvond vanaf 1 januari 2016 tot 16 november 2016.
De bewijslast bestond uit verklaringen van meerdere getuigen die verdachte en zijn broer herkenden als dealers, het gebruik van een specifiek telefoonnummer gekoppeld aan verdachte, en voertuiggegevens die overeenkwamen met de verklaringen. De verdediging voerde aan dat verklaringen van getuigen voor de periode vóór 1 juni 2016 onbetrouwbaar waren, maar de rechtbank verwierp dit en achtte het bewijs voldoende overtuigend.
De rechtbank kwalificeerde het feit als medeplegen van handelen in strijd met de Opiumwet. Bij de strafbepaling hield de rechtbank rekening met de ernst van het feit, de persoon van verdachte, en zijn positieve ontwikkelingen zoals werk en hulp bij schulden. Daarom werd afgeweken van het uitgangspunt van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Verdachte kreeg een taakstraf van 240 uur met een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden en een proeftijd van drie jaar opgelegd.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 240 uur taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden wegens handel in cocaïne en heroïne.