Uitspraak
derde-partijheeft aan het geding deelgenomen: [vergunninghouder], te Makkinga, derde-belanghebbende.
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoekers hebben een handhavingsverzoek ingediend tegen het pluimveebedrijf van derde-belanghebbende te Makkinga, stellende dat diverse bouwwerken en gebruik in strijd zijn met het bestemmingsplan en vergunningvrije regels. Verweerder heeft dit verzoek afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard.
De voorzieningenrechter beoordeelde afzonderlijk de uitloopschuiven, omheining, overdekte wintertuin en uitloopruimte. Uitloopschuiven werden als kozijninvulling aangemerkt en daarmee vergunningvrij volgens het Bor. De omheining voldeed aan de hoogte- en locatie-eisen en was vergunningvrij. De wintertuin bracht geen verandering in draagconstructie en was eveneens vergunningvrij.
Ten aanzien van de uitloopruimte oordeelde de rechter dat het bedrijf een grondgebonden agrarisch bedrijf is, passend binnen het bestemmingsplan, mede doordat de kippen vrije uitloop hebben conform certificeringseisen. Verzoekers konden niet aantonen dat er sprake was van een intensief veehouderijbedrijf dat strijdig zou zijn met het bestemmingsplan.
Gelet op deze overwegingen werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het handhavingsbesluit wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.