ECLI:NL:RBNNE:2018:2332
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs poging tot doodslag en noodweer bij mishandeling
Op 19 november 2017 ontstond een vechtpartij bij de woning van verdachte in Grootegast, waarbij verdachte en aangever betrokken waren. Verdachte werd ervan verdacht aangever met een mes te hebben gestoken tijdens een tweede confrontatie na een eerdere worsteling. De officier van justitie vorderde veroordeling voor poging tot doodslag, terwijl de verdediging vrijspraak en beroep op noodweer bepleitte.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om te concluderen dat verdachte daadwerkelijk steek- of snijbewegingen had gemaakt. De getuigenverklaringen waren tegenstrijdig en onvoldoende betrouwbaar, mede door onderlinge afstemming en persoonlijke belangen. Hoewel het letsel van aangever aanwezig was, kon niet worden vastgesteld dat dit door verdachte was toegebracht tijdens de tweede confrontatie.
Wel werd aangenomen dat verdachte aangever had geslagen, maar dit was niet van dien aard dat sprake was van poging tot zware mishandeling. Voor de meer subsidiaire mishandeling oordeelde de rechtbank dat verdachte uit noodweer had gehandeld, omdat sprake was van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding zonder redelijke mogelijkheid tot ontkomen.
De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding, omdat het feit waarop de schade was gebaseerd niet bewezen werd geacht en de vordering bij de burgerlijke rechter thuishoort. De rechtbank sprak verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en aanvaard noodweer voor mishandeling.