ECLI:NL:RBNNE:2018:2391
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortzetting WGA-uitkering ondanks verslechterde gezondheidssituatie
De zaak betreft een geschil over de voortzetting van een loongerelateerde WGA-uitkering aan een werknemer die sinds 2013 wegens psychische klachten arbeidsongeschikt is. De werknemer ontving aanvankelijk een WGA-uitkering vanwege 100% arbeidsongeschiktheid met kans op herstel. Na een melding van verslechterde gezondheid in 2016 handhaafde het UWV de WGA-uitkering op basis van medische rapportages die een verwachting van verbetering na behandeling aannamen.
De werkgever betoogde dat de werknemer al jaren chronisch en duurzaam volledig arbeidsongeschikt was, en dat het UWV ten onrechte geen IVA-uitkering had toegekend. Het UWV verwees naar medische rapporten waarin werd gesteld dat de werknemer behandelbaar was en verbetering mogelijk binnen enkele jaren te verwachten was.
De rechtbank oordeelde dat het UWV de medische situatie zorgvuldig en deugdelijk had beoordeeld en dat er op de datum in geschil (16 maart 2016) geen objectief bewijs was dat de werknemer duurzaam volledig arbeidsongeschikt was. De latere toekenning van een IVA-uitkering per 29 september 2017 was niet relevant voor de situatie op de datum in geschil.
Daarom werd het beroep van de werkgever ongegrond verklaard. De uitspraak is gedaan door rechter K. Wentholt op 27 juni 2018.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het UWV om de WGA-uitkering ongewijzigd voort te zetten is ongegrond verklaard.