Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 21 juni 2018 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente Vlieland, verweerder
de Minister voor Rechtsbescherming, de Minister.
Procesverloop
Overwegingen
Uit nader onderzoek blijkt dat u voorgaande jaren mogelijk ten onrechte niet in de belastingheffing bent betrokken. Een maatschap is een rechtsvorm en geen rechtspersoon. Een maatschap wordt daarom aangemerkt als een natuurlijk persoon. Omdat u de afgelopen 20 jaar geen aanslag forensenbelasting heeft ontvangen, kom ik tegemoet aan uw standpunt van ‘opgewekt vertrouwen’. De aanslag ( [aanslagnummer 1] ) trek ik in. Voor het belastingjaar 2014 ontvangt u wel een aanslag forensenbelasting wanneer blijkt dat u het pand 90 dagen of meer tot uw beschikking heeft gehad.”
Er kan een forensenbelasting worden geheven van de natuurlijke personen, die (…)”.Kennelijk heeft de rijkswetgever dus de afweging gemaakt dat alleen mensen van vlees en bloed forensenbelasting moeten betalen, en maakt het daarbij niet uit of die persoon ondernemer is of niet. Deze afweging van de wetgever leidt ertoe dat van eiser, die zijn onderneming nu eenmaal via een maatschap exploiteert, wel belasting kan worden geheven, terwijl van een andere ondernemer op Vlieland die ook appartementen verhuurt, maar zijn onderneming exploiteert via een rechtspersoon, geen forensenbelasting kan worden geheven. Dat er op dit punt onderscheid gemaakt wordt, is dan ook zonneklaar.