De rechtbank Noord-Nederland heeft op 25 juni 2018 uitspraak gedaan in een zaak tegen een veroordeelde die werd verdacht van medeplegen van gewoontewitwassen. De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat op €1.115.641, waarbij een pondspondsgewijze verdeling werd voorgesteld vanwege de datum van de feiten.
Tijdens de zitting op 14 mei 2018 verscheen de veroordeelde, bijgestaan door een advocaat. De verdediging pleitte voor volledige vrijspraak en afwijzing van de vordering. De rechtbank stelde vast dat het witgewassen bedrag gelijkgesteld kan worden aan het wederrechtelijk verkregen voordeel en dat dit bedrag in totaal €483.405 bedraagt.
Gezien de feiten die voor 1 juli 2011 zijn gepleegd, werd de wetswijziging die hoofdelijke aansprakelijkheid mogelijk maakt niet toegepast. Daarom werd het voordeel pondspondsgewijs verdeeld, resulterend in een betalingsverplichting van €241.702,50 voor de veroordeelde. De vordering van de officier van justitie werd voor het overige afgewezen.