ECLI:NL:RBNNE:2018:2519
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beperking aftrek gebruiksvergoeding privé-panden in onderneming volgens Wet IB 2001
Eiseres exploiteert sinds 2008 een zorginstelling en verhuisde in 2012 haar onderneming van een gehuurd pand naar twee panden in privébezit. De Belastingdienst legde een navorderingsaanslag op waarin het belastbare inkomen werd verhoogd, mede vanwege correctie van een aftrekpost voor huurkosten van deze panden. De rechtbank stelt vast dat de bewijslast voor de aftrekpost bij eiseres ligt en dat zij onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de volledige opgevoerde huurkosten zakelijk en fiscaal aftrekbaar zijn.
De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 3.17, eerste lid, onderdeel c, van de Wet IB 2001 de aftrek van een gebruiksvergoeding voor privébezit van panden in de onderneming is beperkt tot maximaal vier procent van de WOZ-waarde, vermeerderd met huurderslasten. De rechtbank stelt vast dat het pand aan de [adres B] niet het gehele jaar als eigen woning kon worden aangemerkt en dat de verhuizing rond 1 april 2012 heeft plaatsgevonden. De gebruiksvergoeding voor dit pand wordt daarom beperkt tot een evenredig deel van de WOZ-waarde.
Daarnaast erkent de rechtbank dat de onderneming ook in het pand aan de [adres C] werd voortgezet, waardoor ook hiervoor een gebruiksvergoeding in aftrek kan worden gebracht. De totale aftrekpost wordt vastgesteld op € 4.900. De navorderingsaanslag wordt dienovereenkomstig verminderd, evenals de belastingrente. Het beroep wordt gegrond verklaard en het betaalde griffierecht wordt aan eiseres vergoed.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt verminderd en de aftrek van gebruiksvergoeding privé-panden wordt beperkt tot maximaal vier procent van de WOZ-waarde plus huurderslasten.