ECLI:NL:RBNNE:2018:2753
Rechtbank Noord-Nederland
- Bodemzaak
- P.G. Wijtsma
- K. Wentholt
- R.B. Maring
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid bezwaar tegen brief over functiewaardering HR21
Eiser maakte bezwaar tegen een brief van 27 september 2016 waarin werd medegedeeld dat zijn functie niet was meegenomen in de implementatie van het functiewaarderingssysteem HR21. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was, aangezien deze geen rechtsgevolg had.
De rechtbank overwoog dat een besluit een schriftelijke publiekrechtelijke handeling moet zijn die gericht is op rechtsgevolg, zoals het doen ontstaan of tenietdoen van rechten of verplichtingen. De brief van 27 september 2016 was een feitelijke mededeling over de procedure zonder rechtsgevolg, en daarmee geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, Awb.
Eiser stelde dat door het intrekken van de oude regeling de rechtsgeldige grondslag voor zijn functie-indeling was vervallen, maar de rechtbank vond dat de situatie van eiser feitelijk niet was veranderd en dat het besluit over de functie-indeling nog zou volgen. De rechtbank wees erop dat het besluit over de functie-indeling met terugwerkende kracht en eventuele financiële gevolgen in februari 2019 zou worden genomen.
Daarom verklaarde de rechtbank het bezwaar terecht niet-ontvankelijk en kwam zij niet toe aan inhoudelijke beoordeling. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de brief geen besluit met rechtsgevolg is en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard.