ECLI:NL:RBNNE:2018:2931
Rechtbank Noord-Nederland
- Bodemzaak
- D.W.J. Vinkes
- K. Wentholt
- R.B. Maring
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek naturalisatie wegens onvoldoende bewijs identiteit en nationaliteit
Eiser heeft op 24 mei 2016 een verzoek om naturalisatie ingediend voor zichzelf en zijn minderjarige kinderen. Dit verzoek is door verweerder afgewezen omdat eiser geen geldig buitenlands reisdocument en geen gelegaliseerde notariële verklaring heeft overgelegd waarmee zijn identiteit en nationaliteit kunnen worden vastgesteld.
Eiser voerde aan dat sprake was van bewijsnood en dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met de belangen van zijn kinderen, alsmede dat artikel 4:84 Awb Pro toegepast had moeten worden. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat hij alles heeft gedaan om de gevraagde documenten te verkrijgen en dat zijn stellingen omtrent het niet meer bestaan van zijn geboortedorp niet met objectieve bewijzen zijn onderbouwd.
De rechtbank stelt dat verweerder terecht het belang van een correcte vaststelling van identiteit en nationaliteit zwaar heeft laten wegen en dat het beroep op bewijsnood en de hardheidsclausule uit artikel 10 RWN Pro niet slaagt. Ook het beroep op artikel 3 IVRK Pro en artikel 10 RWN Pro wordt verworpen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om naturalisatie wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van identiteit en nationaliteit.