ECLI:NL:RBNNE:2018:3050
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verduistering geld door gemachtigde
Het openbaar ministerie heeft verdachte ten laste gelegd dat zij tussen juni 2012 en augustus 2016 geld van haar moeder, waarvan zij gemachtigde was, zou hebben verduisterd. De verdenking was gebaseerd op aangifte van de moeder, die inmiddels is overleden, en de verklaring van een andere dochter die als benadeelde partij was toegevoegd.
De officier van justitie vorderde vrijspraak vanwege inconsistenties en twijfel over de geestelijke vermogens van de moeder ten tijde van de aangifte, en twijfels over de betrouwbaarheid van de verklaring van de andere dochter. De verdediging stelde dat verdachte een volmacht had en dat alle transacties in overleg met de moeder plaatsvonden, ondersteund door bankafschriften en plausibele verklaringen.
De rechtbank oordeelde dat verdachte toestemming had voor de transacties, dat de verklaringen van de moeder inconsistent waren en dat het bewijs onvoldoende was om verduistering te bewijzen. Tevens werd het conservatoir beslag op de spaartegoeden opgeheven. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd niet ontvankelijk verklaard omdat het feitelijke schadeoorzaak niet bewezen was.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van verduistering en het beslag op haar spaartegoeden wordt opgeheven.