ECLI:NL:RBNNE:2018:344
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing kostendelersnorm bij samenwonen in woning van ouders met huurovereenkomst
Eiser en zijn partner vroegen op 2 november 2016 een bijstandsuitkering aan. Verweerder kende deze toe onder toepassing van de kostendelersnorm uit de Participatiewet, omdat eiser samen met zijn partner en ouders in één woning woonde. Eiser maakte bezwaar tegen de toepassing van deze norm, omdat hij een deel van de woning van zijn ouders huurt, namelijk een verbouwde garage met eigen voorzieningen, en stelde dat de kostendelersnorm daarom niet van toepassing zou moeten zijn.
De rechtbank overwoog dat de kostendelersnorm dwingendrechtelijk is en dat de feitelijke woonsituatie bepalend is. Uit de beschrijving en foto’s bleek dat eiser en zijn partner met de ouders in dezelfde kadastrale woning woonden, waarbij de verbouwde garage onlosmakelijk verbonden bleef met de woning van de ouders. De gedeelde voorzieningen en het ontbreken van een eigen perceel- of huisnummer wezen op onzelfstandige woonruimte. Daarnaast voldeed eiser niet aan de uitzondering in de wet omdat hij een huurovereenkomst had met zijn ouders.
De rechtbank verwierp verder de stelling dat verweerder het advies van de bezwaarschriftencommissie klakkeloos had overgenomen en dat het niet reageren op een verzoek om loonkostensubsidie in deze procedure relevant was. Ook werd het vertrouwensbeginsel niet geschonden door de opmerking over het ontbreken van een informele oplossing. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de toepassing van de kostendelersnorm wordt ongegrond verklaard.