Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
- 6 doorzichtige zakjes met vermoedelijk cocaïne, het gewicht is circa 25 gram
-een plastic zakje met daarin diverse andere doorzichtige stukjes plastic. Ambtshalve
is bekend dat genoemd plastic wordt gebruikt om drugs te verpakken
-6 ponypacks met daarin cocaïne. Het opdruk van deze envelopjes is spacepack.
In de woonkamer werd aangetroffen:
- 4 doorzichtige zakjes met daarin vermoedelijk cocaïne, het gewicht is circa 25 gram.
Goednummer PL0100-2017276740-934353: 6 doorzichtige zakjes met daarin vermoedelijk cocaïne
Goednummer PL0100-2017276740-934448: 6 ponypacks met daarin vermoedelijk cocaïne
Sin monster: AAJT5398NL: 9,99 gram cocaïne
Sin monster: AAJT5396NL: 9,82 gram cocaïne
Goednummer PL0100-2017276740-934448: 6 ponypacks met daarin vermoedelijk cocaïne
Sin monster: AAJT5393NL: 1,76 gram cocaïne.
Goednummer PL0100-2017276740-934499: etui met vier zakjes met vermoedelijk cocaïne ca 34 gram.
Sin monster AAJT5383NL: 19,56 gram positief getest op cocaïne
Sin monster AAJT5374NL: 6,22 gram positief getest op cocaïne
Ik hoorde van collega [verbalisant] via de portofoon dat er een persoon de genoemde portiek in ging. Ik hoorde dat deze persoon een kort bezoek van ongeveer één (1) minuten bracht aan het adres [straatnaam] . Ik hoorde dat de man weer uit de portiek kwam en op zijn fiets stapte en richting [straatnaam] fietste. Ik heb de man op de fiets gevolgd en heb mij kenbaar gemaakt als zijnde politie en mij gelegitimeerd met mijn politielegitimatie. Ik vroeg de man of hij mogelijk verdovende middelen bij zich had. Ik hoorde hem zeggen: 'Ja, soms win je en soms verlies je'. Vervolgens heb ik de man gevraagd om de verdovende middelen aan mij over te dragen. Ik zag dat de man een zakje met witte poeder aan mij overhandigde. Hierop heb ik de man om 17.58 uur aangehouden. Het bleek [getuige] te zijn.
Op woensdag 18 oktober 2017 is verdachte [getuige] aangehouden, nadat hij op het adres [straatnaam] te Groningen een kort moment was binnengegaan. Tijdens de aanhouding, kort daarna, is er bij verdachte 10 gram aan cocaïne aangetroffen.
De letterlijke tekst is als volgt:
Seh strax eem tijd voor 10. (tijdstip 17. 06 uur)
Is goed miejung. (tijdstip 17.06 uur)
Hoe laat kan ik je verwachten ongeveer. (tijdstip 17.07 uur)
Denk rond 18.00 uur. (tijdstip 17.38 uur)
Oke toppie. (tijdstip 17.39 uur)
O oke is goed wacht ik eem. (tijdstip 18. 04 uur)
Joman. (tijdstip 18. 36 uur)
Ben net thuis (tijdstip 18.36 uur)
Kan je bij mij komen? (tijdstip 18.36 uur)
Jawel welk nummer wast nogmaar. (tijdstip 18.36 uur)
[nummer] (tijdstip 18. 37 uur)
ok zie je zo (tijdstip 18.38 uur)
de manier waarop de drugs van verdachte [verdachte] was verpakt: mij viel op dat dit zakje dichtgeknoopt was en tevens zowel cocaïne in poedervorm als in harde brokjes bevatte. Het zakje was van doorschijnend plastic. Dit komt overeen met de poedervorm en de brokjes in het doorzichtige plastic en in de ponypacks die bij verdachte [verdachte] zijn aangetroffen.
10 gram cocaïne bij hem aangetroffen. Zowel de cocaïne die later bij verdachte is aangetroffen als de cocaïne die [getuige] in zijn bezit had, bestond uit poeder en brokjes. De cocaïne die bij [getuige] is aangetroffen, is verder op dezelfde wijze verpakt als de cocaïne die bij verdachte is aangetroffen. [getuige] heeft desgevraagd verklaard dat hij de cocaïne ’s middags heeft gekocht van een man op een brommer. De rechtbank acht de verklaring van [getuige] op dit punt ongeloofwaardig. Niet alleen heeft [getuige] geen details willen geven over de persoon van wie hij de cocaïne zou hebben gekocht, ook acht de rechtbank niet geloofwaardig dat [getuige] uren later, terwijl hij al thuis zegt te zijn geweest, nog steeds die hele voorraad bij zich zou hebben. Gezien het feit dat [getuige] bekend heeft te handelen in cocaïne, via WhatsApp gesprekken regelmatig om ‘10‘ vroeg, na het WhatsApp gesprek op 18 oktober 2017 naar de woning van verdachte fietst, daar een kort bezoek brengt en zeer kort daarna is aangehouden met 10 gram cocaïne voorhanden, die bovendien overeenkomsten vertoont -voor wat betreft samenstelling en wijze van verpakken- met de cocaïne die verdachte onder zich had, gaat de rechtbank ervan uit dat [getuige] het WhatsApp gesprek van 18 oktober 2017 heeft gevoerd met de bewoner van de [straatnaam] en vervolgens bij die persoon cocaïne heeft gekocht op dat adres. Nu verdachte ter terechtzitting heeft verklaard de enige bewoner te zijn van het adres de [straatnaam] te Groningen en er ook geen aanwijzingen zijn dat een ander vanuit de woning van verdachte drugs zou verkopen, gaat de rechtbank er van uit dat verdachte degene is geweest die de cocaïne aan [getuige] heeft verkocht. Dat [getuige] in de tijd tussen het einde van het WhatsApp gesprek en de aankomst aan de [straatnaam] op een ander adres met nummer [nummer] cocaïne heeft gekocht, acht de rechtbank gelet op het korte tijdsbestek niet aannemelijk.
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 101 dagen.
30 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 2 jaren, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.