Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[eiser conventie/gedaagde reconventie] ,
[gedaagde conventie/eiser reconventie] ,
PROCESGANG
OVERWEGINGEN in conventie en in reconventie
€ 0,00 € 0,00 € 0,00
27,84 m2
€ 0,00 € 0,00 € 0,00
Rechtbank Noord-Nederland
De zaak betreft een geschil tussen huurder en verhuurder over de hoogte van de servicekosten die de huurder verschuldigd is over de jaren 2013, 2014 en 2015 voor een gehuurde kamer in een pand met vier kamers. De huurder betwistte bepaalde posten zoals gas, schilderwerk, cv-onderhoud, rioolontstopping en brandblussers, terwijl hij geen bezwaar maakte tegen elektra, water, glasverzekering, reparatiekosten en administratiekosten.
De huurcommissie had eerder uitspraak gedaan over de betalingsverplichtingen, maar de verhuurder maakte tijdig gebruik van zijn recht om de kantonrechter te laten beslissen, waardoor de uitspraak van de huurcommissie niet bindend werd. De kantonrechter nam het voorbereidend onderzoek en het beleidsboek van de huurcommissie als uitgangspunt voor zijn beoordeling.
De rechter oordeelde dat de huurder voor gas, water, elektra en overige servicekosten een betalingsverplichting heeft van respectievelijk €1.700,68 in 2013, €1.304,14 in 2014 en €1.504,08 in 2015. Voor schilderwerk, cv-onderhoud en rioolontstopping werden bedragen vastgesteld die redelijk en in lijn met het huurcommissiebeleid zijn. De kosten voor brandblussers werden niet aan de huurder doorberekend vanwege onvoldoende specificatie.
Uiteindelijk werd vastgesteld dat de huurder over de drie jaren in totaal €368,60 aan de verhuurder moet betalen. De vordering van de verhuurder voor administratiekosten werd toegewezen, maar een bedrag van €180 voor het opstellen van overzichten werd afgewezen wegens gebrek aan rechtsgrond. De proceskosten werden gecompenseerd zodat iedere partij zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: De huurder moet €368,60 aan de verhuurder betalen voor servicekosten over 2013-2015; proceskosten worden gecompenseerd.