De vennootschap onder firma [A] verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [C], financieel administratief medewerker sinds 2008, wegens verwijtbaar handelen, een verstoorde arbeidsverhouding en andere omstandigheden zoals een vertrouwensbreuk. [A] stelde dat [C] bedrijfsinformatie met derden deelde en zich grensoverschrijdend gedroeg, wat zij betwistte.
Na een zitting op 8 augustus 2018 oordeelde de kantonrechter dat de verwijten onvoldoende waren onderbouwd en dat de incidenten jaren oud waren, waardoor verwijtbaar handelen niet was komen vast te staan. Wel was sprake van een duurzame en ernstige verstoring van de arbeidsverhouding, aangezien [C] sinds september 2017 geschorst was en geen werkzaamheden meer verrichtte, terwijl pogingen tot herstel van de relatie mislukten.
Herplaatsing binnen de kleine onderneming was niet mogelijk. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden met ingang van 1 november 2018. [C] kreeg recht op een transitievergoeding van € 2.096,86, maar geen billijke vergoeding, omdat geen ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever was vastgesteld. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.